Ik was verbijsterd toen ik mijn dode vrouw en kinderen zag © Jaco Klamer www.klamer-staal.nl

Ik was verbijsterd toen ik mijn dode vrouw en kinderen zag

Vader Hassan Mohamed ontvluchtte Syrië met zoontje Ali op zijn arm:

,,Ik kon geen stap zetten zonder op bloed te staan van omgekomen mensen”

Mijn vrouw Talba Raid maakte op 19 april 2013, ’s morgens om tien uur, een badje voor ons pasgeboren zoontje Ali, vertelt Hassan Mohamed Hamut (37). Toen mijn buurman mij uitnodigde voor een kopje thee, liep ik naar het buurhuis, met Ali op mijn arm. We dronken thee toen een bom op ons huis viel. Mijn vrouw en mijn twee dochtertjes Nishrine (6) en Sabrine (4) waren op slag dood. Een van de kinderen was in drie stukken gescheurd, haar lichaamsdelen lagen verspreid door ons huis. Ik was verbijsterd toen ik mijn dode vrouw en kinderen zag. Huilen kon ik niet.

Niet te bevatten
De helft van de dorpsbewoners van Kusair is omgekomen tijdens de bombardementen, ’s nachts en in de ochtend. De andere helft vluchtte. Ik was verbijsterd. Mijn vrouw en kinderen kon ik niet begraven, het was te gevaarlijk nog langer in ons dorp te blijven. Ik vertrok meteen uit Kusair, met Ali op mijn arm. De doden bleven achter. In ons hele dorp kon ik mijn voet niet neerzetten zonder op bloed te staan van doden en gewonden. Het is niet te bevatten. Nog steeds zie ik de beelden voor me van de dode lichamen van mijn vrouw en kinderen. Ik kan het niet beschrijven. God weet wat er – na ons vertrek is gebeurd met de lichamen van mijn vrouw en kinderen. Het is hun lot dat ze zijn gestorven, ik kan daaraan niets veranderen.

Ik zie geen kans door te leven.

Leven op spullen van anderen
Tien maanden woont Hassan nu met Ali in een tent, in een vluchtelingenkamp in Libanon. Ik kwam met lege handen, zegt Hassan. Van vluchtelingen die hier al langer wonen kreeg ik een tapijt en mooie kussens, zodat mijn tent er gezellig uitziet en praktisch is voor Ali. Wij leven op de spullen van anderen.
Ik vind het moeilijk Ali alleen op te voeden, hij is ondeugend, zo jong als hij is,
zucht Hassan, terwijl Ali vrolijk en gekke bekken trekkend door de tent kruipt. Ik huil soms als ik hem niet in de hand heb, als ik niet weet wat ik moet doen. Ik zie geen kans om door te leven. Ik kan geen werk zoeken omdat ik voor Ali moet zorgen. Ik kan geen geld verdienen om Ali te kunnen voeden.
In onze woonplaats Kusair runde ik een winkel: ik verdiende mijn brood met de verkoop van spullen. Al mijn bezittingen moest ik achterlaten, en ik heb geen mogelijkheden opnieuw te beginnen. Zelfs mijn familie en mijn vrienden verloor ik.

Ali is alles

Loodzwaar

Toen ik Syrië ontvluchtte met mijn zoon op mijn arm, voelde ik een stekende pijn in mijn schouder en mijn rug. Dagenlang droeg ik Ali. Ineens voelde ik de verantwoordelijkheid voor ons zoontje, het drukt hevig op mijn schouders. Het valt me loodzwaar tegelijkertijd vader en moeder te zijn, ik voel me onthand zonder de steun van mijn vrouw. Maar nu probeer ik hem – hier in Libanon, zo goed mogelijk op te voeden. Ik dank God dat Ali nog leeft, dat ik hem nog bij me heb. Met hem wil ik in vrede leven.

Kijk hoe vluchtelingen leven in Libanon: Uitzichtloos leven in Libanon

Lees over dode dromen van kinderen: Juma’s droom werd gedood in Syrië

En zie hoe blij vluchtelingen zijn als ze Griekenland bereiken: Rubberboot vol grenzeloze vreugde