In de duisternis na de aardbeving op Haïti

Het jaar 2010 is nog maar nauwelijks begonnen als, op 12 januari, op Haïti de aarde schokt: vijfendertig lange seconden lang. De schade die de aardbeving aanricht is enorm: meer dan tweehonderd duizend mensen komen om, velen verliezen familieleden, anderhalf miljoen Haïtianen raken hun huis kwijt.
Evelien Jozef wordt na de aardbeving behandeld door een hulpverlener van de noodkliniek Bethesda van AMG-Haïti. Evelien overleefde de aardbeving. Ze was aan het werk in haar huis toen de aarde beefde. Evelien rende naar buiten, maar werd getroffen door rondvliegende brokstukken. Haar zus kon het huis niet op tijd verlaten en overleed.

Ontredderd

Een groot flatgebouw, met daarin een supermarkt, zakte tijdens de aardbeving als een kaartenhuis ineen. Honderden mensen overleden, bijna zestig mensen zaten ingesloten in het ingestorte gebouw. Met een mobiele telefoon werd contact gelegd met de buitenwereld. Met man en macht werd gewerkt om de overlevenden te redden uit hun benarde situatie. Voor meer dan vijftig mensen kwam de hulp te laat, slechts acht mensen waren nog in leven toen het puin was opgeruimd. Een meisje had zich tussen de schappen van de ingestorte winkel in leven gehouden met marsen. Tijdens de zoekacties komt het gewone leven langzaam weer op gang.
Haïtianen zijn ontredderd na de aardbeving, ze leven op straat tussen de brokstukken van hun huizen, bang voor naschokken. Marjolein Osenville, in Léogâne, de aardbeving wonderwel, terwijl haar echtgenoot, broer en zus, en een nicht en neef omkwamen bij de ramp. Marjolein is zes maanden zwanger, ze leeft, vlak na de aardbeving, in de buitenlucht, zo goed en zo kwaad als dat gaat, samen met de twaalf kinderen voor wie ze ineens de zorg draagt.

Kwetsbaar

Ook Thony Bristhole, controller van Parole et Action, leeft na de ramp in de tuin van zijn ingestorte flat. Hij verloor zijn zesjarige zoontje bij de aardbeving, en nog zeven andere familieleden. In de duisternis na de aardbeving, vertelt hij hoe hij twee van zijn kinderen levend onder het puin vandaan kon halen. God spaarde ze, Hij gaf ons een groot cadeau!
We houden elke avond bidstonden en zingen liederen voor God die ons spaarde, vervolgt Bristhole. Haïtianen zien nu goed hoe kwetsbaar ze zijn, dat schept een band, we zoeken elkaar op. De meeste buurtgenoten komen graag langs om met ons te bidden en te zingen. Als door deze ramp een paar mensen tot geloof komen in God en Hem als Verlosser accepteren, zie ik troost in deze verschrikkelijke nachtmerrie.

Halleluja

Veel Haïtiaanse kerkgebouwen zijn verwoest. Van de Sacre Coeur staat alleen het beeld van ‘Jezus aan het kruis’ nog fier overeind. Toch vinden na de aardbeving overal in Haïti kerkdiensten plaats, desnoods in de open lucht.
Op een zondag vlak na de ramp preekt een voorganger over Matteüs 24, over de laatste dagen voordat Jezus terug zal komen. Hij legt een link naar Jozua’s bekende uitroep: Ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. Het klaaglijke gezang dat een voorzanger na de preek inzet, gaat al snel over in het gezamenlijk halleluja van een hele kerkelijke gemeente. Treurende mensen die allemaal vol overtuiging God loven en prijzen.
Een jaar na de ramp, 2011, leven nog altijd honderdduizenden getroffen Haïtianen in tentenkampen, waar ze last hebben van diarree en uitdroging, of getroffen worden door cholera. De wederopbouw van Haïti verloopt ondertussen langzaam, er moet nog veel puin worden geruimd; scholen, klinieken en huizen herbouwd.

Kijk: Aardbeving verwoest Haïti