Brugger op kamp © Jaco Klamer www.klamer-staal.nl

Brugger op kamp

Brugger op kamp

Kaartje bij de post waarbij m’n nieuwe school me welkom heet en meedeelt dat ik me de eerste schooldag om half negen moet melden. De belangrijkste mededeling mist: er staat niet op hoe laat ik vrij ben.

 

Huh?

 

Ik denk dat ik alleen m’n rooster moet halen en ‘em dan weer mag peren, maar dat valt vies tegen. M’n mentor legt uit dat de inspectie het anders als vakantiedag rekent. Op m’n nieuwe school houden ze de inspectie graag te vriend, dus moeten wij blijven zitten en allerlei wetenswaardigheden en wetens-onwaardige zaken aanhoren.

We worden op de hoogte gesteld van de koffie-drink-wedstrijd van de mentor waardoor hij aan het eind van de dag uit een onmogelijke stapel bekertjes drinkt. We dopen de mentor Piet, want zijn voornaam vertelt hij ons niet.

Ons wordt dringend gevraagd niet te protesteren als we met boekentas en al worden omgekegeld. Ouderejaars studenten hebben er plezier in een zware boekentas op te tillen en dan weer te laten vallen, zodat de brugger die de loodzware tas om z’n tengere schouders heeft hangen, omkukelt. Accepteren, want jullie doen het volgend jaar ook. Huh?

Terwijl de mentor door drinkt, moet ik het zonder eten en drinken stellen omdat ik dacht dat ik binnen een uur thuis aan de chocomelk zou zitten. Man, ik ben echt dodelijk vermoeid na dit eerste dagje.

 

Muskieten worden gedoogd

 

Ik zit nauwelijks op de school of ik moet al op kamp. Met een tas vol spullen vertrek ik, samen met honderden bruggers en tientallen docenten naar Lunteren. Sommige bruggers oefenen al in omvallen, zonder dat iemand hun tas optilt vallen ze – dongk – ineens om.

Slapen moet ik in een congreszaal, samen met ruim honderd jongens. Als ik eerlijk ben is dat een -10 sterren slaapplek. We liggen om elf uur op één oor, om half twaalf moet het stil zijn en mogen we geen bezoek meer ontvangen. Om twaalf uur ligt iedereen te soezen… maar ineens vliegt een jongen door de lucht. Een grappenmaker is onverwacht op een supersonische luchtbed gesprongen waardoor de eigenaar als een raket wordt gelanceerd. Ook worden we door tientallen stekende muskieten bezocht, helaas worden die door de docenten gedoogd.

 

Muren scheten niet

 

De temperatuur in de congreszaal loopt ondertussen gestaag op, terwijl er ook allerlei onfrisse, niet nader te omschrijven, geuren opstijgen. Ik heb nog geluk dat ik naast twee muren lig: muren scheten niet…

Ik doe geen oog dicht. ‘Ik slaap nog niet’ sms ik, om drie uur ’s nachts, m’n moeder. Helaas heeft ze haar telefoon niet aan staan. Dat heb ik weer: als je je moeder hard nodig hebt, is ze ‘niet thuis’. Pas de volgende ochtend leeft ze met me mee, maar dan hang ik al op een stoel in de ontbijtzaal.

Ontbijt en lunch zijn zo milieuvervuilend dat de aarde er naar schatting vijf jaar korter door zal functioneren. Elke brugger pakt gemiddeld tien belegjes in een plastic wegwerpverpakking. En dan heb ik heb ik het nog niet eens over de plastic kopjes waarin het drinken wordt genuttigd: voor elke slok een nieuwe kop. Een van de docenten is in alle staten. Hij heeft onlangs het straatarme India bezocht en dan schijn je dit soort taferelen niet meer te kunnen aanzien. Ik vrees dat ik volgend jaar m’n rugzak kan pakken voor een strafexpeditie naar Calcutta, voor vrijwilligerswerk in de huizen van moeder Teresa. ‘Wat je opschept eet je op en je de bakjes schraap je leeg’, waarschuwt hij. Sommige bruggers doen de inhoud van zes pindakaas-verpakkingen op één witte boterham. Anderen komen al snoep- en koeketend de eetzaal binnen en krijgen geen snee brood meer door hun keel.

 

Hóp, hóp, hóp!

 

Je leert je medeleerlingen wel kennen tijdens zo’n kamp…Een van de jongens is heel goed in turnen en laat alle pasjes van Mickel Jackson zien, inclusief de Moonwalk. Anderen zijn goed in slaapzakrolracen. Of slaapzaklolracen? Ze duiken in hun slaapzak, roepen: ‘doen wie het eerste is’ en rollen met slaapzak en al de hele slaapzaal door. Het veroorzaakt een enorme chaos. Dan heb je ook lui die zich tijdens kamp specialiseren in ‘zakkenracen’: ze gebruiken hun slaapzak als aardappelzak en hóp, hóp, hóp! Een variant daarop is de omgekeerde zakkenrace: racen met een slaapzak over je kop. Er wordt gebruld van het lachen als zo’n verstopte gozer op z’n neus gaat omdat hij pootje wordt gehaakt. Een andere geliefde kamp-bezigheid is het uitkloppen van stoelzittingen. Mán, mán, wat een stof! Ondertussen vliegen de snoepjes dwars door de slaapzaal. Ik eet alleen nog verpakte exemplaren. Brrr.

En dan heb je ook kinderen die extra wiskundelessen aanvragen, echt waar! Negen maal r in het kwadraat maal pi is a delen door een half.

 

Tjappie

 

Je leert niet alleen leerlingen kennen tijdens een kamp. Ook van docenten krijg je een vrij goed beeld. Sommige leraren – ik noem geen namen, zijn vergeten dat ze zelf ooit jong en puberend zijn geweest. Anderen proberen cool over te komen door de nieuwste woorden te gebruiken, maar ze gebruiken het verkeerde woord op het verkeerde moment. Tja, tjappie…(een leerling lanceerde een nieuw woord en dat werd binnen no-time te pas en te onpas door alle leerlingen én leraren gebruikt. Niet vergeten tjappie thuis het woord introduceren bij m’n broertje, gaat vast lukken, gna gna.) Er zijn ook docenten die het liefst met hun auto door het bos scheuren terwijl wij moeten lopen.En als zij zelf moeten lopen raken ze acuut de weg kwijt. Deze docenten moeten ons straks doceren, dat belooft wat…!

 

Gelige klodder

 

Lunteren is ooit verblijd met een erfenis: een rijke stinkerd (van overleden mensen niets dan goeds…) schonk de Lunterse gemeenschap een bos waarin nu een uitkijktoren staat van waaruit je zelfs Amersfoort kunt zien liggen. Voor het beklimmen van de toren moet je € 8,50 neertellen, ik snap niet dat je geen geld toe krijgt. Maar je krijgt er wel een kop koffie bij. Onze mentor heeft dus mazzel vandaag, want niemand lust koffie. De mentor drinkt koffie en stapelt bekertjes. Hij wint vandaag zeker!

‘Niet spugen of enig ander materiaal van de toren naar beneden werpen’, zeggen de docenten en waarschuwen de bordjes. De straffen zijn niet mals. Drieënnegentig treden vegen en verwijdering van het kamp. En, wat denk je? Hebben de leerlingen ontzag voor deze waarschuwingen en straffen? Geenszins! Een dikke, gelige klodder knalt op m’n kop. Heb ik weer. En van enige genoegdoening is natuurlijk geen sprake want verraden is zielig. Met zakdoekjes probeer ik de boel schoon te poetsen, maar m’n haar zit voor geen meter meer.

 

Insecten vangen

 

Op het programma staat ook biologie: We moeten beestjes uit struiken schudden. Vroeger was ik gék op insecten, maar nu heb ik totaal geen trek me druk te maken om dat kleine grut. Maar ik kan me moeilijk met een leeg potje bij de mentor melden: we trekken een paar keer keihard aan een struik. We scoren negen beestjes: heeejjjj, ik ben het insecten-vangen nog niet verleerd. Voldaan stoppen we een steekvlieg met een regenworm in een potje. Hoezo dierenmishandeling?

 

Ik lach me een kriek

 

De koffers en tassen waren trouwens keurig ingepakt door onze moeders, ik ben blij dat ze nu de chaos in de slaapzaal niet zien. Ik sta thuis bekend als énorme sloddervos, maar ik val totaal in het niet bij mijn medeleerlingen. Ik sla het inpakken van de rotzooi gade vanaf mijn slaapplek. ‘Waar is m’n slaapzak?’ en ‘wie heeft m’n rugzak gezien’ en ‘ik ben m’n luchtbed kwijt’. Ik lach me een kriek!

Voor het volgende kamp skip ik trouwens m’n hele paklijst. Dan stel ik zelf wel een lijstje samen: een extra spijkerbroek, een extra slaapmatje voor meer slaapcomfort, oordopjes en een wasknijper om ’s nachts op m’n neus te zetten. Echt joh: laarzen, regenkleding, gymspullen, spelletje, kladblok… Niéts had ik nodig. Ja, een geo-driehoek moest ik ineens tevoorschijn toveren, maar die stond echt niet op de paklijst, dus de mijne lag thuis. Er was – echt waar een jongen die er een uit z’n bagage opdiepte! Hoeveel tassen zou hij hebben volgepropt?

 

Tas vol schone kleren

 

Buiten gluurt een groep jongens door de gordijnen van de luxe-kamer van vier meiden. Vier dames en een enórme bende! Hoe krijgen ze hun spullen ooit in vier tassen… Een jongen verzamelt – heel slim al z’n bagage in z’n slaapzak, ja óók z’n tas, en hijst de giga-volle slaapzak op z’n rug. Een halfuur later rolt hij zó de bus uit, rechtstreeks in de veilige armen van z’n vader. We zijn weer thuis!

‘Ik ga zo drie uur onder de douche mam’ is het eerste dat ik tegen m’n moeder zeg als ik haar weerzie onderaan het trapje van de bus. M’n moeder is verbaasd dat ik met een tas vol schone kleren weer bij school aan kom. Maar waar en wanneer had ik me moeten omkleden? Bovendien was ik smeriger onder de douche vandaan gekomen. Echt joh, de stánk. Zoo nasty.

 

‘Auw, m’n kop’

 

Thuis spring ik met een snoekduik op m’n heerlijke, zachte, frisse, koele, super-de-luxe, zeer gewaardeerde bed. ‘Auw, m’n kop’!

‘Wil je verkering?’, vraag ik aan m’n broertje. Huh? ‘Ja? Met wie?’ Goeie grap hé. Ik ben weer thuis, heerlijk!

Nu zit ik op Facebook en voeg m’n nieuwe vrienden toe. Ik vraag naar hun douche-status: ‘Ben jij weer schoon?’ Maandag hoeft ik in elk geval geen wasknijper mee naar school, minder kans met tas en al om te vallen…J

 

 

Reageer