• Doodsbang in Bangui
  • Doodsbang in Bangui
  • Doodsbang in Bangui
  • Doodsbang in Bangui
  • Doodsbang in Bangui

Doodsbang in Bangui

,,De Séléka-rebellen overvielen ons huis, ze schoten mijn man neer voor mijn ogen. Mijn zoon werd in zijn rug geraakt toen hij vluchtte. Terwijl ik me over mijn dode man heenboog smeekte ik de milities ook te mogen sterven, maar ze lachten, braken mijn arm en vertrokken.”

Meer dan 160.000 mensen vluchtten eind 2013 – doodsbang voor wraakacties van agressieve milities, naar het vliegveld in Bangui, in de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar buitenlandse militairen enige veiligheid boden. De vluchtelingen bouwden onderkomens rond het vliegveld, ze wonen in een hangaar of zelfs in een leegstaand vliegtuig, waarvan de cockpit dient als speelplaats voor gevluchte kinderen.

Een nieuwe, uitzichtloze dag

In een buitenwijk van Bangui vertelt Rachelle dat ze – niet ver van de de hoofdplaats Bangui, een eenvoudig leven leven leidde, tot daar abrupt een einde aan kwam.

,,De Séléka-rebellen overvielen ons huis, ze schoten mijn man neer voor mijn ogen. Mijn zoon werd in zijn rug geraakt toen hij vluchtte. Terwijl ik me over mijn dode man heenboog smeekte ik de milities ook te mogen sterven, maar ze lachten, braken mijn arm en vertrokken.”

Rachelle leeft nu in een vluchtelingenkamp, in de kleren die ze aanhad tijdens haar vlucht. ’s Nachts ligt ze op een lege zak van een vluchtelingenorganisatie en dekt zichzelf af met een kleedje – wachtend op een nieuwe, uitzichtloze dag.

Lees ook: Aisha en Alima, Moeder Madeleine moet haar man missen

Kijk: Kinderen in de CAR en Crisis in de Centraal-Afrikaanse Republiek

Reageer