0,25 mb/s down © Jaco Klamer www.klamer-staal.nl

0,25 mb/s down

0,25 mb/s down

‘Allahu Akbar. God is de grootste. Haast je naar de moskee.’ ’s Morgens gaat in alle vroegte onze ‘wekker’ op een van de minaretten van een moskee in de buurt van ons hotel. ‘Het is beter te bidden dan te slapen.’ ‘Wil je oordoppen mee’, vroeg m’n moeder me voor m’n vertrek. Lachend sloeg ik dit aanbod af. Zuchtend verlaat ik nu mijn bed. Ons hotel, volgens mijn vader een prima onderkomen, serveert alleen verlopen jam en boter bij verse, zoete broodjes die overal op straat te koop aan worden geboden. Als ik de gordijnen openschuif zie ik muren vol graffiti: ‘Fuck the police’ en ‘Mubarrak wanted’. Ik ben met mijn vader in Egypte.

Gras om naar te kijken

Caïro is de grootste stad van Afrika en een van de grootste steden ter wereld: de metropool telt zo’n achttien miljoen inwoners. Het is een van de meest vervuilde steden van de wereld. Buschauffeurs die een uur moeten wachten op de volgende rit laten rustig de motor draaien, anders werkt de airco niet en wordt het te heet in de bus. Stadsbussen hebben geen airco, ze rijden gewoon met open ramen en deuren: passagiers die mee willen rijden springen gewoon naar binnen. Ze kunnen de rijdende bus ook altijd gemakkelijk weer verlaten.
We gaan met een Egyptische familie een dagje uit. Het gezin wordt helemaal blij in het enige park dat Caïro rijk is: het Al-Hazhar park, ook al is het meeste gras er alleen om naar te kijken. Dochterlief vierde haar verjaardag in Al-Hazhar. Ze ging liever naar het park dan naar spannende attracties voor kinderen. Nu mag ik op een stukje gras waarop gelopen mag worden een judoles verzorgen, want ze hebben op Facebook gezien dat ik judoka ben. Ik doe een judorol voor, de kinderen stoten één voor één hun hoofd en de les is meteen afgelopen. Ik ben niet in de wieg gelegd voor judoleraar.

‘Scheur-ijzer’ Mustafa

Het verkeer in Caïro is dus een chaos. Auto’s – met sirene en versierd met felgekleurde verlichting, die soms hele stukken plaatwerk missen, racen in vier rijen dik over twee rijstroken. Wie inhaalt toetert. Oude brommers en motoren worden volgestouwd met drie, vier helmloze passagiers en maken driftig gebruik van de middenberm, ook alle koeriers van Kentucky Fried Chicken. Toeristen dragen mondkapjes tegen de uitlaatgassen.
Bagage wordt vooral op het hoofd vervoerd. Onvoorstelbaar ook wat er allemaal op een Pick-up geladen kan worden, en daarbovenop: een lading passagiers. Auto’s vervoeren tweemaal zoveel bagage dan hun eigen omvang. Vespa’s beschikken over ingebouwde speakers dus eigenaars hebben altijd hun eigen muziek bij de hand. Fietsers zijn bedreven in het fietsen met grote – volgeladen schalen op hun hoofd.
Verkopers lopen langs de lange file om spullen aan de man te brengen. Zwaar gesluierde vrouwen graaien in bakken vol kleurige bh’s en spannende strings. De foto’s die m’n vader maakt krijgen zowaar een beetje kleur.
Het is in Caïro bijna onmogelijk een taxi te vinden met een werkende meter: die zijn toevallig ‘kapot’, dat levert de chauffeurs meer geld op. We nemen ’s nachts een taxi en Mustafa, ons ‘scheurijzer zonder verlichting’, rijdt met honderd vijftig kilometer per uur over een weg waar maximaal vijftig is toegestaan. Binnen de kortste keren wordt een medeweggebruiker ‘aangetikt’ door onze, ooit, tot in de puntjes gepimpte Hyundai. En hoe komt hij aan de Nederlandse stikker ‘Baby aan boord’? Of verwachtte hij ons? Als we de taxi eerder willen verlaten moeten we méér betalen. De logica ontgaat me, maar m’n pa is meer van het opdingen dan van het afpingelen, dus hij betaalt het graag!
Ik ga liever lopen, maar hoe bereik ik – levend de overkant van de straat? Ik krijg een tip: ‘Loop rustig, ga niet rennen want daarvan raken chauffeurs in de war.’ Op hoop van zegen dan maar… Ik knal bijna tegen een onoplettende voetganger op.

Dutje onder de galg

‘Hey captain’, zeggen jongeren tegen me als ik heelhuids het Tahrir-plein bereik. Ze wijzen op de strepen op m’n mouwen. Ze willen allemaal met me op de foto. Op het plein kwamen vanaf 25 januari 2011 tienduizenden en soms wel honderdduizenden betogers samen om te protesteren tegen het regime van president Mubarak. Het plein is klein, er passen zo’n tweehonderd duizend mensen op. In januari 2011 vielen er zeker honderd doden en wel duizend gewonden.
Ik loop naar het midden van het plein. Er staat een galg, afgezet met prikkeldraad. De galg is symbolisch neergezet voor voormalig president Mubarak. Onder de galg ligt een lichaam, het lijkt net of er net iemand van de galg is gehaald, maar bij nader inzien is het iemand die een dutje doet.
Er staan tenten op het Tahrir-plein, behangen met leuzen. Ook trekt een groepje demonstranten naar het plein, volgens één van de betogers hebben Israël en Amerika geld geboden voor dit protest: hij heeft de zakken met geld met eigen ogen gezien. Mijn vader en ik spreken jongeren die al een jaar lang demonstreren en de mensen herdenken die zijn omgekomen tijdens de revolutie.
Bij het Egyptisch museum test ik de bewaking. Ik kom moeiteloos met metalen voorwerpen door het eerste detectiepoortje: sleutels, een blikje, een riem en m’n telefoon. Het tweede poortje piept wel maar ik mag doorlopen.

Betalen! Betalen!

Met een Egyptische familie gaan we dus een dagje uit: we rijden naar een oude Egyptische necropolis, dat deel uitmaakt van het Werelderfgoed. Het piramidecomplex bestaat uit de grote piramide van Cheops, de kleinere piramide van Chefren, de piramide van Mycerinus en de koningin-piramiden. Ik ga ook op de foto bij de Sfinx van Gizeh. De Egyptische familie regelt een kameel bij een van de kamelendrijvers en wij bestijgen het beest. Práchtige plaatjes, haha.
We moeten echt alle zeilen bijzetten om ons niet door gehaaide Egyptenaren te laten oplichten. We parkeren op een aangewezen parkeerplaats: betalen. We krijgen drinken aangeboden: betalen. De kameel doet een stap verder dan afgesproken: betalen. Onze Egyptische vriend windt zich erover op. Hij vraag aan een verkoper waarom hij zijn land te schande maakt. ‘Er komen nauwelijks nog toeristen hier en ik moet toch geld verdienen’, zegt de man.
We horen het verhaal van een Duitse toerist die onlangs gigantisch is opgelicht. Hij was al door al zijn geld heen voordat hij één stap had gezet bij de necropolis. De verkopers zetten hem toen zo onder druk dat hij voor minuscule bewezen diensten zijn dure horloge moest afstaan. Gelukkig bezit ik geen horloge.

Levenloze airco

Voor internet hoef je dus niet naar Egypte, want het werkt vaak niet. Skypen is dus onmogelijk. Als internet wél werkt kun je niet eens de mobiele versie van twitter laden. Uploaden gaat niet veel beter, namelijk: 3 mb in twintig minuten. We beschikten in ons hotel over 0,25mb/s down, thuis hebben we 120mb/s down.
De lift in ons hotel heeft ook een zeer speciale gebruiksaanwijzing. Heb je op ‘verdieping zes’ gedrukt, dan kun je onderweg niet op verdieping drie stoppen, tenzij je op het juiste moment de deur opengooit. Je kunt ook op de noodknop drukken. Dan stopt de lift en hij vergeet de opdracht die hij kreeg. De lift kan maar één opdracht tegelijk aan. Je kunt dus met de lift omhoog, maar als je eenmaal op een verdieping bent, kun je de lift niet naar boven laten komen om je op te halen.
Als ik me bij mijn vader erover beklaag dat ik m’n douche moet vasthouden tijdens het douchen, dat er soms een paar uur géén water is of alleen koud water uit de kraan komt, word ik uitgelachen: ‘Ik heb net gedoucht en het water was héérlijk’, zegt hij. Blijkt m’n pa de hele boiler te hebben leeg gedoucht. Ook bij andere mensen tref ik geen spoor van medeleven: Levenloze airco? Slechte douche? ‘We zijn in Afrika Henrik: jij hébt een douche!’

Plaats delict

Op de laatste avond in Caïro gaat m’n pa op zoek naar een plek met goed uitzicht over de stad. Hij kiest het Ramses Hilton hotel en we laten ons in een perfect werkende lift naar de 36e verdieping zoefen. We bestellen koffie en cola en genieten in de ‘Executive Lounge’ van het magnifieke uitzicht. We zien de Nijl en de piramides bij een ondergaande zon. Als we willen betalen vraagt de ober ons kamernummer. “We logeren niet in het Hilton”, zeggen we. Het blijkt dat de ruimte alleen voor heel speciale gasten van het hotel is, niet voor gewone gasten van het hotel en al helemáál niet voor ons. Wij zoefen snel weer naar beneden, weg van de plaats delict. De foto’s van Caïro vanuit de lucht hebben we gelukkig binnen.
Thuis in Amersfoort ga ik direct in de weer met houtkooltjes, water, waterpijp en tabak. De rookmelder gaat meteen af van de rook die ik uitblaas. ‘Help! Waar zijn m’n oordoppen?’ De geur van Egypte vult ons huis.